22 Mei 2011
Mogen en Moeten.
Niet alles wat mag is fijn. Veel wat mag, moet
zelfs eigenlijk. En wat moet is nooit fijn.
Afgelopen winter heb ik een
rustige en mooie winter gehad, tijdens onze “overwinter” reis, met de Camper.
Door een andere “Mogen en
Moeten aanpak” heb ik veel geschreeuw en ruzie´s kunnen voorkomen op de (vrije)
plekjes waar wij kwamen, speciaal op die waar mensen maanden staan, en dus
vergeten zijn dat zij er eigenlijk niet echt wonen, ofwel niets meer of minder
te vertellen hebben als ‘anderen’.
Andere jaren heb ik toch
meer, zeg maar wrijving, met de bemoeizucht van andere camperende mensen die
mij ongevraagd advies geven over waar ik mag of moet parkeren, en die regels
aan mij opleggen, die ze meestal zelf verzonnen hebben.
Bij mij treed er dan
altijd een soort aversie tegen die mensen op, omdat ik mezelf best een ervaren Camperrijder vind, en denk
‘waar bemoeit u zich mee’.
Aan de andere kant willen
die mensen misschien juist dat ik hun raadgeving opvolg omdat ze het echt wel
goed bedoelen, ofschoon meestal het advies, wat ze ongevraagd geven, vaak
bedoelt is om hun eigen situatie zo optimaal mogelijk te houden (uitzicht-zon-ruimte)
Alle gegeven raad is dus
niet om mij echt oprecht te helpen, maar gericht op het behouden van hun eigen
belangen.
Meestal wordt dit
“advies” trouwens gegeven door mensen met wie je geen hechte band hebt, en
daarom is het wel goed om te overwegen wie eigenlijk het “advies” geeft.
Een aanbeveling in het
Duits gegeven wekte bij mij al gauw veel irritatie. Ik zie het nu maar gewoon als
een [bijkomstig] gegeven, omdat in de winter
nou eenmaal het merendeel van de campers op de “vrije” plekjes uit dit
land afkomstig zijn. Volgens de laatste berichten worden er meer dan 1000
campers per maand [nieuw] verkocht in Duitsland, dus we komen er niet onderuit
om hun taal te leren, Godfried Bomans wist het jaren geleden al.
“Quote van Bomans” over Duitsers,
Duitsland is zo´n grote
sterke natie , en er zijn zoveel reislustige Duitsers, dat de noodzaak tot
assimileren wegvalt. Er is voor hun totaal geen noodzaak om een andere taal te
leren.
Ze vinden namelijk overal
veel landgenoten en vormen meestal direct een enclave. Het gebeurt zelden dat
zij met andere culturen “camperbezitters” samen mixen.
Tot zover “Godfried” hij
schreef dit decennia geleden, en er is nog niets veranderd!
Terug naar mijn “Mogen en
Moeten” van aankomen en parkeren.
Ik heb mezelf een paar
dingen aangeleerd die ik hier dus ‘ongevraagd’ aan u wil vertellen.
Mijn regels:
Ongevraagde mening
opdringende mensen kunnen het goed bedoelen.(zoals dit verhaal)
Dus ..ik ga serieus
bedenken of ik iets met de tip kan.
Ofwel …………Ik Adem in en
Adem uit.
Ik reageer niet direct
met het uitvoeren van de (dwingend bedoelde)raadgeving, maar stap uit de
Camper, vraag of hij/zij Nederlands spreekt, geef de adviseur een hand stel me
voor, en bedank de persoon in kwestie voor
de wenk, en het meedenken, en zeg dat ik het ga overwegen of de aanbeveling
voor mij enig nut heeft.
De reactie hierop is
meestal okay, en mensen zijn wat overbluft door deze manier van optreden.
Mensen moeten namelijk
vaak even ‘wennen’ aan een nieuwe situatie.
Soms echter is de reactie
gewoon asociaal, en wordt de uitgestoken hand geweigerd en briesend
wordt er een
scheldkanonnade in gang gezet, Kaaskop en scheiß Hollander zijn nog de”nette”
uitdrukkingen.
Deze heftige reactie zal
wel komen doordat het schijnbaar onverteerbaar is dat ik hun “commando” niet onmiddellijk uitvoer, of
erger, helemaal niet doe.
Ik probeer dan nog te
zeggen, dat ik het prima vind dat ze hun mening ventileren, maar dat ik me niet
verplicht voel iets met hun raad te doen.
Helaas als dit gebeurt is
helaas de sfeer op de “Parking/camperplek” wel verziekt. Jammer dat wel.
Soms komen scheldpartijen
ook geheel onverwachts, als je ergens al een poosje staat.
“Op een dag gingen mijn
vriend Hans en ik onze honden (onaangelijnd) uitlaten op het lege verlaten
strand (in de winter) bij Calnegre.
Wel gewapend met de
nodige poepzakjes en de riemen bij de hand.
Er kwam opeens een
Duitser uit zijn Camper stormen en begon enorm hard te roepen en zijn vuist te
schudden dat wij die ‘scheiße Hunden an der Leine führen müssen’. Mijn eerste
gedachte was een hatelijke opmerking terug te roepen, maar ik keek eerst naar
Hans. Zijn reactie was eigenlijk veel beter. Hij ging vlak voor de
“schreeuwende” man staan en keek hem alleen maar aan, zonder iets te zeggen.
Dit deed hij tot de man weer al tierend zijn Camper instapte. Toen wij terug
kwamen van de wandeling zagen we nog net zijn Camper wegrijden.
Alles hierboven
geschreven gaat dus eigenlijk over tolerantie van campers onderling en het
“mogen of moeten” wat sommige mensen menen te kunnen opleggen aan anderen.
Hieronder staat een
stukje uit een column hierover “van
Lydia Rood” wat ik u niet wil onthouden.
‘En dan mag u nu even
blazen... En dan mag u daar de auto laten staan. En dan mag u bij mij uw
rijbewijs inleveren. En daarna mag u níet meer rijden!’
Zou de politie het
uitgevonden hebben, dat irritante gebruik van het woord mogen?
‘En dan mag u het
onderlichaam even vrijmaken... Goed zo, dan mag u daar gaan liggen. En nu mag u
de knieën even optrekken... zo ja, en dan mag u even aan iets fijns denken
terwijl ik dit stuk metaal bij u naar binnen prop!’
Medisch personeel weet er
ook raad mee.
Mogen is behoorlijk
dwingend eigenlijk.
U mag even gaan zitten -
en wachten totdat wij onze lunch op hebben.
U mag uw mond even
opendoen - en openhouden terwijl ik met haken en boren tekeerga tussen uw
kiezen.
En dan mag u hier even
tekenen - dat wij uw veters en uw horloge hebben ingenomen.
Niet alles wat mag is dus
fijn. Veel wat mag, moet zelfs eigenlijk. En wat moet is nooit fijn.
Of wel?
‘Moet je kijken, wat een
voorgevel!’
‘Moet je hier komen, dan
masseer ik je.’
‘Moet je eens bij de
Gasterij gaan eten!’
‘Moet je zelf weten.’
Gek: moeten is vaak juist
weer mogen. Maar moeten klinkt spannender. Alsof je ertegen in opstand kunt
komen.
Bij mogen líjk je een
keus te hebben. Maar als ik zeg dat jij iets mag, dan ben ik dus wel mooi de
baas. Een strenge meesteres.
Je kunt maar beter iets
moeten.””
Tot zover Lydia Rood
Nou ik heb hierna niets
anders meer te zeggen, als dat ik hoop dat u dit met een glimlach gelezen heeft
en u zich dit verhaal herinnert wanneer
u ongevraagd uw mening op wil dringen, aan een andere camper.
Bedenk of uw raad een
kwestie is van echt goed bedoelt helpen, of een kwestie van uw “ego” is, en u
alleen maar een zelfbevestiging verwacht.
Veroordeel de ander niet
als hij uw mening niet deelt, en geef hem even tijd om in te schatten in
hoeverre uw raad voor hem van toepassing is.
Wordt niet boos als u te
horen krijgt:
Groetjes Bram