Ontvangen
10 maart 2008
Hallo Camper vrienden,
Hier onze laatste belevenissen van onze Marokko reis 2008.
Na het vrij lange verblijf op Camping “Atlantica Parc”in
de buurt van Agadir zijn we weer verder getrokken.
Eerst naar Tiznit waar we een volledig overvulde
camping aantroffen en dus noodgedwongen op een “wilde”plek moesten overnachten.
De volgende geplande stop, in Aglou Plage, aan de kust,
viel ook in het water. De camping werd uitgebreid en opgeknapt en als je van
bulldozers hield kon je er je hart ophalen. De parking bij het Hotel was geheel
bezet en we waren te laat om een vrijgekomen plaats van doortrekkers in te
nemen.
Verder dus maar, naar Sidi Ifni, naar het grote
parkeerplateau direct aan en boven de zee en het strand.
Helaas heeft ook hier de ontwikkeling toegeslagen, er worden
in de toekomst bungalows en een hotel gebouwd en bij het bouwrijp maken hoort
het verjagen van de vrijstaande campers.
Toen we aankwamen had net een vervaarlijke grote tractor het
hele veld en ook de weg omgeploegd. We reden al slippend er nog even naar toe
en even slippend weer terug naar de weg.
Gelukkig op camping “Al Barco” konden we nog een plek
vinden, de laatste plaats en nog direct aan het strand ook.
Even weer rust in de wagen. Tot onze verbazing had de
automatische Satellietschotel hier heel snel de Astra 1 kunstmaan gevonden en
konden we dus weer naar de Nederlandse programma’s kijken.
Dat is wel eens anders om onverklaarbare redenen. Dan moeten
er allerlei kunstgrepen uitgevoerd worden zoals zekeringen verwijderen, stroom
afsluiten, schotel inklappen en weer opzetten enfin genoeg te doen om beeld te
krijgen.
Toch is het kunnen bijhouden van het Nederlandse nieuws wel
fijn. Onze dagbladen zijn hier bijna niet verkrijgbaar, alleen in de grote
steden en dan nog met 2 à 3 dagen vertraging.
Van Sidi Ifni reden we naar Tafraout, het
amandelbloesemfeest was net een week eerder gevierd maar er was nog genoeg
frêle bloesempracht te bewonderen en natuurlijk de terrakleurige rotsblokken,
die overal verspreid liggen opgestapeld door moeder natuur.
Toen we aankwamen waren de twee campings volbezet maar een
groot veld met bomen en struiken was beschikbaar.
Gelukkig is onze kampeerwagen uitgerust met alle gemakken
want behalve een nachtwachter waren er geen voorzieningen.
Kinderen hadden een verdienste ontdekt door water te
brengen. Dat deden ze in lege plastic drinkwatercanisters, in iedere hand 2 dus
per keer, per kind werd er 20 liter gebracht.
Andere verdiensten waren het vouwen van taaie bladeren tot
kameeltjes als boekenlegger of om voor in de auto aan de spiegel te hangen.
Het zangkoortje, dat in andere jaren kwam optreden met liedjes
zoals “Vader Jacob” maar dan in het Frans en Marokkaans hebben we dit jaar niet
gehoord.
Tafraout is heel bekend om zijn schoenenproductie, overal in
het dorp/stad in kleine werkplaatsen zitten schoenmakers sloffen, sandalen,
hoge en lage schoenen in tal van kleuren en modellen te produceren.
Dit is nog een gemeenschap waar weinig bruikbaars wordt
weggegooid. Zo worden er emmers, putsen en teilen gemaakt van oude autobanden
en van gebruikte grote 20 of 30 liter verfblikken worden weer kleine emmers
gemaakt of blaasbalgen of maatbekertjes.
De mens kan vindingrijk zijn.
Na een paar dagen waarin ook de wekelijkse uitgebreide markt
viel trokken we weer verder: naar Taroudant.
De weg erheen wordt beschreven als een van de mooiste van
Marokko en dat is ook waar, wel een beetje smal en zeer bergachtig.
Wij kwamen van het zuiden en dan rij je langs de berg, kom
je vanaf het noorden, dan rij je langs de afgronden en dat is mogelijk wel
fraai maar toch wat angstaanjagend.
Na afloop van de prachtige toch met veel bijzondere
panorama’s vertelde Irene me dat de reis als gevaarlijk wordt beschreven in de
“Trotter”. Maar mooi!!!!
Taroudant heeft geen camping, je kunt bij Hotel
Salaam staan met wachter en water of een 150 meter doorrijden tot de Kasbah
Allee bij het Provinciehuis, daar is een grote parkeergelegenheid voor wel
een 50 wagens.
Vroeger mocht je hier ook op het voetbalterrein parkeren
maar dat is niet meer toegestaan, wel mag je gebruik maken van de faciliteiten
van de voetbalclub, geheel gratis maar de wachtsmannen, die dag en nacht
aanwezig zijn, ontvangen graag een klein geschenk.
Dat gunnen we ze dan ook van harte.
Taroudant pocht op een prachtige ommuurde binnenstad, de
lemen muren met kantelen en vele poorten zijn 7 kilometer lang en worden altijd
gerestaureerd. In de binnenstad is een Arabische en een Berber overdekte markt,
een plein met terrasjes en restaurants en talloze winkeltjes. In een straatje
kochten wij vers gemalen koffie en genieten nu ’s avonds van een lekker bakkie.
Een leuke stad, klein Marrakech wordt het wel genoemd, alles
is er maar op kleinere schaal en nog wat minder toeristisch/commercieel
uitgebuit.
Van Taroudant naar Agadir loopt een grote 4-baans
snelweg. Dat is prettig want dan kun je snel opschieten, dat vinden ook de
ezeldrijvers, de fietsers en de bromfietsers.
Een ander fenomeen is dat je hier veel lifters langs de weg
ziet staan. De toch al vrij kale bermen worden kortgehouden door grazende
kuddes schapen en geiten.
Dus echt een snelweg zoals we die in ons groene landje niet
kennen. Soms stel ik me voor dat zo’n schaapsherder opeens met zijn kudde
verplaatst zou worden naar ons land. De man zou zijn ogen niet kunnen geloven,
zoveel dik sappig bermgras.
In Agadir natuurlijk eerst naar de grote supermarkt
“Marjane”, het was maandag en dan staan er altijd vele tientallen wagens,
meer campers dan personenauto’s. We deden onze inkopen, keken nog even rond in
het stadscentrum ( hier wordt vrijparkeren wel eens getolereerd) maar er
stonden op de bekende plekken zo weinig wagens, dat we maar doorreden naar “Atlantica
Parc”, per slot moet ook de was weer eens gedaan worden en de Cyberclub
is ook niet te versmaden.
Na een weekje Atlantica Park en wat ritten naar Agadir om te
winkelen en Taghazout om gebakken visjes te eten trokken we weer verder naar
het noorden.
Eerst weer naar Sidi Kaouki, waar je veilig onder de
hoede van het politiebureau de nacht door kunt brengen, weer een paar dagen
naar de camping “Chez Alain”in Ounara.
Hiervandaan rijden met de camper naar Essaouira ( 20 km )
en doen daar weer de medina en de boulevard.
Van Ounara weer een stuk verder naar het noorden langs de
kust naar Souira Kedima, een vissersplek, die zich aan het ontwikkelen
is in een toeristenoord. Hier wordt, zoals op veel plaatsen langs de kust,
volop gebouwd.
Bungalows en appartementen schieten de grond uit en gezien
de nationaliteit van de geparkeerde auto’s zijn het hoofdzakelijk Europeanen,
die hier een 2e woning kopen.
Na een nachtje Souira door naar de camping in El Jadida,
sanitair moet je er niet (be)zoeken maar het is een rustige staanplaats.
Vanaf El Jadida loopt al een 4-baans tolweg naar het
noorden. Wij reden meer dan 350km voor 14,5€ naar LaRache, naar de
gratis camperplaats van Comarit, een van de Marokkaanse veerbootmaatschappijen.
Watertanken, toilet verzorgen, ramen wassen en we konden weer verder na een
nachtje.
Eerst nog naar Assilah, een plek ongeveer 40 km ten
noorden van Larache. Hier is nog de oude Portugese stad te vinden met zware
muren met kantelen, poorten en torens en smalle straatjes met huizen van
gemengd bloed wat betreft de bouwstijl en decoraties. Ook veel kleine maar goed
gevulde winkeltjes met alle mogelijke goederen, die mogelijk van interesse
kunnen zijn voor de toerist. Maar, bijzonder… vaste prijzen geen geharrewar
over de prijs. Er zijn in Asilah geen campings meer maar in de vissershaven,
tegen de oude stad, is een groot parkeerterrein met wachter. Daar slaap je ook
rustig.
Van Asilah naar Ceuta is bekend terrein, de grens
tussen Marokko en Spanje passeerden we zeer snel en met maar 1 vraag van de
douane: “Perro”? ( Hond ? ) toen ik antwoordde “Solo Hot Dogs”was er even
verwarring maar toen toch een stralende lach en een doorrij handgebaar.
Voor de Ferrysteiger nog even helemaal vol tanken met
belastingvrije diesel en dan in de rij voor de boot. Na een klein uur waren we
al aan de overkant en een half uur daarna op de grote parkeerplaats bij de
Carre Four van Algeciras. Hier is ook een Lidl, dus we voelden ons al
snel weer thuis, even wennen aan het verkeer, de schonere straten, de kleding
van de mensen en natuurlijk in de winkels, aan de prijzen.
We kochten wat we nodig hadden en samen met een 30tal
campers verbrachten we daar de nacht.
Na het ontbijt de volgende morgen weer op pad naar Portugal,
via Sevilla en Huelva reden we over grote brede goed geasfalteerde wegen naar
de brug over de grensrivier, de Guadiana. Nog even de verbruikte diesel in
Spanje weer vervangen ( Portugal heeft een erg hoge Btw ) en in Castro Marim,
net over de grens gestopt om bij de openbare Balcenario ( badhuis ) de
watertank van Europees water te voorzien. Dan een krantje kopen in Vila
Reaal, internetten op het Placia de Pombal, even kijken in Monte Gordo
en vervolgens een stek zoeken bij de camperplaats Adam en Eva, waar al
een dikke 30 wagens stonden. En natuurlijk zoals bijna op iedere plaats aan de
Algarve waren er weer lang niet geziene vrienden en kennissen. Een halve
thuiskomst.
Komende zaterdag vliegen we vanuit Faro voor een 14 dagen
naar huis. We moeten nog een veilige stalling vinden voor de camper en de
tassen pakken. De hartelijke groeten van Irene en Jos en mogelijk tot ziens.